Waarom het platte dak bij een verduurzaming vaak als laatste aan de beurt komt
Een verduurzaming begint bijna altijd bij wat zichtbaar is. Zonnepanelen op het dak, een warmtepomp in de bijkeuken, hier en daar nieuw glas. Het dakvlak zelf blijft liggen. Er lekt niets, dus lijkt er niets aan de hand.
Waarom een plat dak veel warmte kan verliezen
Toch loopt via een matig geisoleerd plat dak een aanzienlijk deel van de warmte weg. Warme lucht stijgt en het dak is het eerste vlak waar die lucht tegenaan komt. Bij woningen en bedrijfspanden van voor 1990 ligt er vaak een dunne laag isolatie onder de dakbedekking, soms helemaal niets. De Rc-waarde, de maat voor hoe goed een constructie warmte tegenhoudt, blijft daar steken rond de 1,3. Voor nieuwbouw geldt tegenwoordig 6,3. Dat verschil merkt de bewoner in de winter aan de stookkosten en in de zomer aan een slaapkamer die niet meer afkoelt.
Wanneer een plat dak isoleren
Het lastige is dat isolatie van een plat dak zelden op zichzelf staat. De isolatie ligt onder de dakbedekking, dus de dakbedekking moet eraf om erbij te kunnen. Wie de isolatie los aanpakt betaalt de opbouw twee keer: een keer voor de isolatie en later nog een keer wanneer de dakbedekking aan vervanging toe is. Dat is de reden dat het werk blijft liggen en dat het bij veel panden pas gebeurt op het moment dat er toch een lekkage is.
Het logische moment is dus het moment waarop de dakbedekking het einde van de levensduur nadert. Bitumen gaat gemiddeld dertig tot veertig jaar mee, afhankelijk van de opbouw en het aantal lagen. Zichtbare signalen zijn blaasvorming, scheurtjes langs de opstanden en grind dat wegspoelt bij hevige regen. Bij een pand van rond de dertig jaar oud is een inspectie voor het einde van het najaar geen overbodige stap.
Welke isolatieopbouw past bij een plat dak
Voor de opbouw zelf zijn er twee gangbare routes. Bij een warm dak ligt de isolatie boven de dakvloer en direct onder de dakbedekking, wat verreweg het meest wordt toegepast. Bij een omgekeerd dak ligt de isolatie juist boven de waterdichte laag, met ballast erop. Die tweede variant komt vooral voor bij daken met een terras of een groenvoorziening. Welke variant passend is hangt af van de draagkracht van de constructie en van wat er op het dak moet gebeuren.
Wie beide werkzaamheden combineert, houdt bovendien een dak over waar zonnepanelen op kunnen zonder dat de nieuwe laag binnen een paar jaar weer open moet. Dat scheelt in de volgorde van de hele verduurzaming: eerst het dak, dan de installatie erop.
Meer achtergrond over de opbouw en de isolatiewaarden staat op de pagina over plat dak isoleren. Wie eerst wil weten of de bestaande laag nog een renovatie aankan in plaats van volledige vervanging, vindt de afwegingen daarvoor bij bitumen dak renoveren.

